Wederom aanpassing vitaliteitssparen: 20 procent revisierente
Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën heeft met een vierde nota van wijziging enkele wijzigingen aangebracht in het wetsvoorstel Belastingplan 2012. De derde wijzigingsronde dateert van vrijdag 30 oktober 2011. Wij hebben voor u de wijzigingen op een rij gezet.
De wijzigingen in de vierde nota betreffen:
• Het kabinet wil het doorwerken van 62-plussers extra
stimuleren en voorkomen dat vitaliteitssparen wordt gebruikt om
vervroegd met pensioen te gaan. Daartoe kan 20 procent revisierente
worden berekend over het totale belastbare voordeel uit
vitaliteitssparen (de opname plus de resterende
vitaliteitstegoeden) met ingang van het kalenderjaar waarin men de
leeftijd van 62 jaar bereikt en meer dan € 10.000 heeft opgenomen.
• De staatssecretaris verduidelijkt dat belastingrente niet
alleen kan worden vergoed als de inspecteur een onjuist standpunt
heeft ingenomen over de hoogte van de af te dragen belasting, maar
ook als er sprake is van een onjuist standpunt van de inspecteur
over de omvang van de belastingteruggaaf.
• De nieuwe renteregeling gaat gelden voor aanslagen
inkomstenbelasting 2012 en aanslagen vennootschapsbelasting voor
boekjaren die aanvangen op 1 januari 2012 of later. In de vierde
nota van wijziging wordt voorgesteld dat ook belastingaanslagen
vennootschapsbelasting die betrekking hebben op een kort boekjaar
2012 en die na afloop van het boekjaar maar nog in 2012 worden
vastgesteld onder het nieuwe regime van de belastingrente vallen.
De staatssecretaris vindt het uit oogpunt van eenvoud wenselijk dat
op al deze aanslagen hetzelfde renteregime -alleen dat van de
belastingrente en niet dat van de heffingsrente en
invorderingsrente- van toepassing is.
• In de vennootschapsbelasting komt de winstvermindering
ingevolge een RDA-beschikking (RDA = Research & Development
Aftrek) niet ten laste van de grondslag van de innovatiebox. Dit is
gunstig omdat de in de innovatiebox belastbare voordelen slechts
worden belast tegen een percentage van 5 procent.
• De in de Successiewet 1956 opgenomen vrijstellingsbedragen
die gelden voor schenkingen, erfrechtelijke verkrijgingen en
bedrijfsopvolgingen worden niet in het begin van het kalenderjaar
2012 geïndexeerd. Dat betekent dat eenmalig voor 2012 de
tariefschijfgrenzen niet worden opgetrokken en ook de diverse
vrijstellingsbedragen die gelden voor schenkingen, erfrechtelijke
verkrijgingen en bedrijfsopvolgingen niet worden verhoogd.

