Vervallen functie: ontbinding mogelijk?
Het feitelijk vervallen van een functie is bij te billijken overwegingen aan te merken als verandering van omstandigheden en rechtvaardigt ontbinding ex artikel 7:685 BW. Hoe hoog moet de correctiefactor zijn?
Een werkvoorbereider loopt een whiplash op, re-integreert gedeeltelijk in de eigen functie en is daarnaast werkzaam als magazijnmedewerker. Als inkrimping van het personeelsbestand noodzakelijk wordt, komt de functie van werkvoorbereider te vervallen. De werknemer is ongeschikt voor de functie magazijnmedewerker. De werkgever verzoekt om ontbinding, maar de werknemer voert verweer.
Geen functiewijziging
De kantonrechter oordeelt dat geen functiewijziging heeft
plaatsgehad. De eigen functie van de werknemer is die van
werkvoorbereider. De kantonrechter neemt aan dat de werknemer
arbeidsgeschikt is voor die functie. De bedrijfseconomische
noodzaak tot ontslag is niet voldoende onderbouwd met stukken.
Desondanks is, gezien de omvang van het filiaal, wel aannemelijk
dat uit kostenoverwegingen de functie van werkvoorbereider niet
meer gehandhaafd kan worden.
Ontbinding
Het feitelijk vervallen van de functie van werkvoorbereider is aan
te merken als een verandering van omstandigheden. Dit rechtvaardigt
ontbinding. De kantonrechter kent de werknemer in dit geval wel een
hogere vergoeding toe en hanteert een correctiefactor van 1,5. De
werkgever is tekort geschoten in zijn verplichting om het vervallen
van de functie op zorgvuldige wijze mede te delen. Een schriftelijk
stuk ontbreekt. De invulling van het re-integratietraject door de
werkgever is bovendien weinig overtuigend.
Let er op dat het vervallen van de functie op zorgvuldige wijze wordt medegedeeld aan de werknemer en wordt vastgelegd in een schriftelijk stuk.
Kantonrechter Groningen, 18 februari 2010, LJN: BL4884

