Ontslag maakt onderscheid handicap of chronische ziekte
Als een werkgever zijn werknemer geen urenuitbreiding geeft vanwege diens langdurige ziekte, maakt hij hiermee een direct onderscheid in de zin van de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische Ziekte.
De werknemer is op 1 april 2002 in dienst getreden bij het ABP. Vanaf de aanvang van het dienstverband werkt hij meer dan de 36 uur per week (fulltime dienstverband). Deze meeruren, eerst 38 uur per week, later 40 uur per week, heeft de werknemer zijn hele dienstverband gehad met uitzondering van het jaar 2003. Op 10 december 2007 meldt de werknemer zich ziek vanwege burn-out klachten, later wordt bij de werknemer artritis vastgesteld. De arbeidsovereenkomst wordt door de werkgever met een ontslagvergunning opgezegd per 31 mei 2010.
Geen verlenging urenuitbreiding
De werknemer ontvangt de eerste 52 weken van zijn
arbeidsongeschiktheid zijn basisloon (36 uur) alsmede de
meerurentoeslag. De werkgever deelt de werknemer vervolgens mede
dat in het tweede ziektejaar de tijdelijke situatie van
urenuitbreiding niet zal worden verlengd vanwege langdurige ziekte.
Het tweede ziektejaar ontvangt de werknemer daarom slechts 70% van
zijn basisloon. De werkgever beroept zich op de CAO waarin is
opgenomen dat een werknemer mogelijk 2 uur minder of 2 of 4 uur
meer kan werken en dat dit niet leidt tot wijziging van de
arbeidsduur.
Vordering meerurentoeslag
Na het einde van de arbeidsovereenkomst vordert de werknemer vanaf het tweede ziektejaar de door de werkgever verschuldigde meerurentoeslag. De werknemer beroept zich onder andere op de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische Ziekte (WGBH/CZ). De kantonrechter oordeelt op grond van de feiten, omstandigheden en de CAO dat de meeruren geen vast onderdeel van de arbeidsovereenkomst zijn geworden. Het dienstverband van 36 uur per week heeft gedurende het hele dienstverband de basis gevormd voor de arbeidsovereenkomst. De WGBH/CZ verbiedt het maken van een direct en indirect onderscheid op grond van een handicap of chronische ziekte. Dit onderscheid is onder meer verboden bij arbeidsvoorwaarden.
Werkgever maakt direct onderscheid
Het staat vast dat de werknemer een handicap/chronische ziekte
heeft in de zin van de WGBH/CH. De wekgever heeft uitsluitend de
langdurige ziekte van de werknemer als reden gesteld om geen
urenuitbreiding te geven. De kantonrechter is daarom van oordeel
dat de werkgever hiermee een direct onderscheid heeft gemaakt in de
zin van de WGBH/CZ. Een onderscheid is alleen mogelijk op grond van
de in de WGBH/CZ opgenomen uitzonderingen, deze zijn hier niet van
toepassing. De werkgever moet voor het tweede ziektejaar 70% de
verschuldigde meertoeslag betalen.
Let op
Het kan dus zijn dat indien een werknemer voor gedurende een
langere periode meer uren heeft gewerkt, dit van invloed kan zijn
op de hoogte van de loondoorbetaling bij ziekte en hierop
gebaseerde uitkeringen zoals de WIA.

