De belangrijkste HR-wijzigingen per 1-1-2012 op een rij
Wat de wetgever voor u in 2012 op de plank heeft liggen, is nog maar deels bekend. Uiterlijk medio januari is daar meer duidelijkheid over. Wat al wel vast staat is de beëindiging van twee succesvolle regelingen: de spaarloonregeling en de stimuleringsregeling voor zuinige auto’s. Daarnaast zijn er nog meer belangrijke maatregelen die per 1 januari van kracht worden.
Wijzigingen in de loonheffing
• Afschaffing spaarloon
De spaarloonregeling wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Dit
betekent dat uw werknemers dan geen geld meer kunt inleggen op de
spaarloonregeling. Er is wel voorzien in een overgangsregeling. Die
houdt in dat uw werknemers in 2012 de mogelijkheid hebben hun
gehele spaarsaldo zonder belastingheffing op te nemen.
Let op
Als uw werknemers eind 2012 het opgenomen saldo nog niet heeft
besteed, dan valt dit saldo op 1 januari 2013 in de heffing van box
3. Het is ook mogelijk dat zij het spaarsaldo al dan niet
gedeeltelijk laten staan. Als uw werknemers zich houden aan de
voorwaarden van de spaarloonregeling, dan blijft de vrijstelling in
box 3 in zoverre gelden. In dat geval valt
het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrij.
• Afschaffing levensloopregeling niet voor iedereen
De levensloopregeling wordt eveneens op 1 januari 2012 afgeschaft.
Er is echter een overgangsregeling getroffen, waardoor de regeling
blijft openstaan voor deelnemers met een levenslooptegoed van €
3.000 of meer op 31 december 2011. Vanaf 2012 wordt echter geen
levensloopverlofkorting (in 2011: € 201) meer opgebouwd. Tot die
tijd opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting kunnen worden
verzilverd bij opname van het tegoed of bij omzetting van de
levensloopregeling in het vitaliteitssparen:
• Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011
minder dan € 3.000 levenslooptegoed hebben, kunnen het tegoed in
2012 of 2013 (belast) opnemen voor verlof. Zij kunnen niet meer
bijstorten.
• Alle deelnemers kunnen in 2013 hun levenslooptegoed zonder
belastingheffing omzetten in het nieuwe vitaliteitssparen, ook als
het tegoed meer bedraagt dan het maximum voor vitaliteitssparen van
€ 20.000.
• Bij deelnemers met een levenslooptegoed lager dan € 3.000
die hun tegoed niet in 2013 omzetten, wordt het tegoed op 31
december 2013 in één keer belast.
• Vanaf 2014 kan het levenslooptegoed ook nog worden omgezet
naar vitaliteitssparen maar dan wordt vanaf een bedrag van € 20.000
wel belasting geheven.
• Het is niet mogelijk om zowel aan de levensloopregeling als
aan het vitaliteitssparen deel te nemen.
• Invoering van vitaliteitssparen
Vanaf 1 januari 2013 vervangt het vitaliteitssparen de huidige spaarloon- en levensloopregelingen. Deze regeling biedt werknemers, ondernemers en resultaatgenieters de mogelijkheid om fiscaalvriendelijk te sparen. De inleg is aftrekbaar in box 1 en het spaarsaldo is niet belast in box 3. Belastingheffing vindt pas plaats bij opname van het spaartegoed. De maximale inleg bedraagt € 5.000 per jaar en het spaartegoed mag maximaal € 20.000 bedragen.
• Verklaring uitsluitend zakelijk gebruikbestelauto
Naast de ‘verklaring geen privégebruik’ (personenauto) komt er voor werknemers en ondernemers per 1 januari 2012 een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’ voor bestelauto’s. De werknemer hoeft in dat geval ter voorkoming van een bijtelling wegens privégebruik geen rittenregistratie bij te houden.
De hoogte van het forfait van de btw-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak is vastgesteld op 2,7 procent van de catalogusprijs van de auto en is 1 juli 2011 ingegaan. Daarmee is de koppeling van de btw-correctie met de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting verdwenen. Het woon-werkverkeer wordt conform de Europese Richtlijn over btw nu gezien als privégebruik. Dit was voorheen niet zo.
Voorbeeld
Catalogusprijs van de auto (inclusief btw en BPM): € 25.000 met 25%
bijtelling.
Oude situatie: 12% * 25% * € 25.000 = € 750 btw correctie.
Nieuwe situatie: 2,7% * € 25.000 = € 675 btw correctie.
Nieuwe vakantiewetgeving
Volgend jaar treedt de nieuwe vakantiewetgeving in werking. De
nieuwe regels gelden alleen voor de opbouw en opname van de
(twintig) wettelijk minimumvakantiedagen. Voor u als werkgever kan
met name de uitbreiding van de opbouw van de minimumvakantiedagen
tijdens ziekte tot een lastenverzwaring leiden, als u na twee jaar
ziekte tot ontslag van de zieke werknemer wenst over te gaan. U
zult de zieke werknemer dan alle minimumvakantiedagen moeten
uitbetalen als hij niet in staat is geweest om die dagen op te
nemen.
Let op
Verder geldt een vervaltermijn voor de minimumvakantiedagen die
niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar zijn
opgenomen. Voor de al vóór 1 januari 2012 opgebouwde
minimumvakantiedagen en de bovenwettelijke vakantiedagen blijft de
verjaringstermijn vijf jaar.
Tip
Als u aan uw werknemers zowel de wettelijke minimumvakantiedagen
als bovenwettelijke vakantiedagen heeft toegekend, is het aan te
bevelen uw verlofadministratie aan te passen. U houdt dan zicht op
de opbouw en opname van vakantiedagen.
Wijzigingen in de werkkostenregeling
U hebt nog twee jaar de tijd u voor te bereiden op de werkkostenregeling (WKR), die u per 2014 moet hebben ingevoerd. Net als in 2010 hebt u in 2011 de keuze om vanaf 2012 van het ‘oude regime van verstrekkingen en vergoedingen’ over te stappen op de WKR.
Hierna vindt u een actualisatie (wijzigingen of correcties) van een aantal vergoedingen.
De werkplek
Enkele voorzieningen op de werkplek worden onder de
werkkostenregeling op nihil gewaardeerd. Dit betekent dat deze
voorzieningen onbelast zijn. Het begrip ‘werkplek’ wordt
gedefinieerd als ‘iedere plek die in verband met de arbeid wordt
gebruikt en waarvoor de werkgever op grond van de
Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk is’. Dat is dus niet
alleen het bedrijf of het kantoor waar de werknemer werkt, maar ook
de vergaderzalen en de kantine en ook de parkeerplaats die bij uw
kantoor of bedrijf hoort. Bovendien valt hieronder bijvoorbeeld ook
de cabine van de vrachtwagen of de auto van de zaak waarin uw
werknemer rijdt of de bouwplaats waar hij werkt.
De thuiswerkplek
Expliciet is bepaald dat een werkruimte in de woning van de
werknemer niet als werkplek kwalificeert. Dit heeft vooral grote
gevolgen voor de thuiswerker die niet elders een werkplek heeft.
Dat geldt dus bijvoorbeeld ook voor de directeur-grootaandeelhouder
(werknemer van zijn bv) die zijn onderneming uitsluitend in en
vanuit zijn woning drijft. Indien u faciliteiten in het kader van
het Nieuwe Werken verstrekt zult u met deze regelgeving rekening
dienen te houden. Dit betekent dat het thuiswerken onder de
werkkostenregeling zwaarder belast wordt.
Ondanks deze expliciete bepaling heeft de belastingdienst
inmiddels toch een ruimer standpunt hierover ingenomen, namelijk
dat als een werkruimte thuis een zelfstandige ruimte is, deze dan
wel kwalificeert als werkplek. Daarvoor worden dezelfde criteria
gehanteerd als die gelden onder de ‘oude’ regeling van vergoedingen
en verstrekkingen, namelijk dat de werkruimte zou kunnen worden
verhuurd, omdat de ruimte een eigen ingang en eigen sanitair heeft.
Er worden echter geen eisen gesteld aan het inkomen dat u in en/of
vanuit die werkruimte moet genereren. Niet veel werknemers hebben
baat bij dit ruimere standpunt, omdat de meeste werkruimtes thuis
niet aan dit criterium voldoen.
Computers
Van een aantal voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op de
werkplek worden ge- of verbruikt en waarvan het niet gebruikelijk
is dat deze elders worden ge- of verbruikt, is de waarde op nihil
gesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vaste computer (desktop) op
de werkplek.
Maar:
• als u aan uw werknemers niet een vaste computer maar
bijvoorbeeld een laptop, tabletcomputer of notebook (hierna:
laptop) ter beschikking stelt, die geheel of gedeeltelijk op de
werkplek wordt gebruikt, dan mag u deze ook op nihil waarderen als
uw werknemer de laptop voor 90 procent of meer zakelijk gebruikt.
Dat geldt dus alleen als u de laptop ter beschikking stelt aan uw
werknemer. De laptop blijft dan dus uw eigendom en moet,
bijvoorbeeld bij het einde van de dienstbetrekking, weer aan u
worden teruggegeven;
• gebruikt de werknemer de laptop voor minder dan 90 procent
zakelijk, dan is de factuurwaarde (inclusief btw) of de waarde in
het economisch verkeer als u geen factuur (meer) heeft, belast loon
van de werknemer, tenzij u kiest voor onderbrenging in de
forfaitaire ruimte;
• als u uw werknemer een computer of laptop verstrekt, dan
wordt uw werknemer in tegenstelling tot de terbeschikkingstelling,
daarvan eigenaar. In dat geval is de factuurwaarde (inclusief btw)
als loon bij de werknemer belast of anders de waarde in het
economische verkeer als u geen factuur (meer) hebt, tenzij er nog
voldoende forfaitaire ruimte is en u ervoor kiest om het
loonbestanddeel hierin onder te brengen;
• als uw werknemer zelf de computer of laptop heeft gekocht en
u geeft hem/haar daarvoor een vergoeding, dan is die vergoeding
belast loon, tenzij u voor onderbrenging in de forfaitaire ruimte
kiest;
• als uw werknemer de vaste computer of laptop uitsluitend in
een werkruimte thuis gebruikt, dan geldt de nihilwaardering alleen
als de werkruimte als werkplek kan worden aangemerkt (zie
hiervoor).
Telefoons en andere communicatiemiddelen
Evenals bij de computer wordt eenzelfde onderscheid gemaakt bij de
telefoon en andere
communicatiemiddelen. De vaste telefoon op de werkplek van uw
werknemer waardeert u op nihil. Ook de terbeschikkingstelling van
een mobiele telefoon kunt u op nihil waarderen, mits deze geheel of
gedeeltelijk op de werkplek wordt gebruikt én voor meer dan 10
procent zakelijk. Ook smartphones, zoals een BlackBerry of iPhone
vallen hier onder voorwaarden onder.
Als uw werknemer de mobiele telefoon e.d. voor 10 procent of
minder zakelijk gebruikt, is de factuurwaarde (inclusief btw) of de
waarde in het economisch verkeer als u geen factuur (meer) heeft,
belast loon, tenzij u kiest voor onderbrenging in de forfaitaire
ruimte.
Gebruikt uw werknemer een eigen mobiele telefoon e.d., dan kunt u
onbelast een telefoonabonnement ter beschikking stellen bij een
zakelijk gebruik van meer dan 10 procent. Een verstrekking van of
een vergoeding voor een telefoon of een telefoonabonnement is bij
de werknemer belast loon, tenzij u kiest voor onderbrenging in de
forfaitaire ruimte.
Let op
Bij een werkruimte thuis geldt de nihilwaardering uitsluitend als
de werkruimte fiscaal als werkplek kan worden aangemerkt (zie
hiervoor bij computer).
Consumpties
Consumpties die uw werknemer tijdens werktijd geheel of
gedeeltelijk op de werkplek nuttigt en die geen deel uitmaken van
een maaltijd, waardeert u ook op nihil. U moet hierbij denken aan
koffie, thee, een gebakje of de vrijdagmiddagborrel op kantoor. Ook
een receptie in de bedrijfskantine, waarbij alleen hapjes en
drankjes worden geserveerd, kan hieronder vallen. De gezamenlijke
weekafsluiting met een biertje in de kroeg om de hoek, valt hier
bijvoorbeeld weer niet onder.
Kleine geschenken
Geeft u uw werknemers bij een speciale gelegenheid weleens een
klein geschenk? Bijvoorbeeld een bloemetje of een fruitmand als een
werknemer ziek is of een geschenk ter ere van een jubileum? Omdat
het niet altijd duidelijk is of het geschenk tot het loon van de
werknemer behoort, is er een praktische regeling getroffen. De
belastingdienst neemt aan dat bij gelegenheden waar ook anderen dan
de werkgever een attentie zouden geven, in ieder geval geen sprake
is van loon als het geen geld of waardebonnen betreft en de
factuurwaarde (inclusief btw) niet hoger is dan € 25.
Bron: Redactie HRpraktijk.nl

