Werknemer wil pensioen graag zelf inrichten
Zo’n 40 procent van de werknemers in loondienst wil dat het collectieve pensioen flexibeler wordt, zodat zij het meer naar eigen inzicht kunnen inrichten. Van deze groep is de helft bereid om meer premie te betalen om zo eerder te kunnen stoppen met werken; 30 procent zou een extra storting willen gebruiken om tot een hoger pensioen te komen.
Dit blijkt uit een onderzoek onder 1301 werknemers dat TNS-Nipo heeft uitgevoerd in opdracht van Nationale Nederlanden naar het collectieve pensioen. Opvallend is dat vrouwelijke werknemers het minder erg vinden om een lagere inleg te betalen en daardoor pas later met pensioen te kunnen.
Ook jongen tussen de 21 en de 34 jaar kiezen liever voor een lagere premie en dus voor een lagere pensioenuitkering. 35 procent van de ondervraagde wil liever zekerheid en is nog niet toe aan een flexibeler collectief pensioen. De overige ondervraagden twijfelen nog.
Belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde
Dat Nederland steeds individualistische wordt, onderschrijft 70%
van de ondervraagden. Een meerderheid noemt die ontwikkeling zelfs
vervelend. Uit het onderzoek wordt duidelijk dat de meeste
werknemers in loondienst - flexibiliseringbehoefte of niet - het
collectief pensioen op zichzelf als voorziening willen behouden.
Maar liefst 65 procent van de werknemers noemt de pensioenregeling
als belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde, gevolgd door
vakantiedagen (62 procent) en de dertiende maand (47 procent).
Opvallend is dat de leaseauto slecht door 9 procent van de
ondervraagde genoemd wordt.

