Beëindigingovereenkomst: ondertekende verklaring niet altijd geldig
Ook al heeft een werknemer een beëindigingverklaring ondertekend, nog moet u onder omstandigheden nagaan of hij dit daadwerkelijk heeft gewild.
In het kader van een reorganisatie heeft werkgever een bepaalde groep werknemers geïnformeerd over de met de vakbonden overeengekomen stimuleringsregeling voor vrijwillige beëindiging van het dienstverband. Werknemer heeft vervolgens het aangereikte aanvraagformulier ingevuld, waaronder de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de wijze waarop hij de stimuleringspremie wenste te ontvangen. Vervolgens heeft de werknemer de beëindigingovereenkomst niet getekend en meende dat het dienstverband voortgezet moet worden. Later ontstaat discussie of met de indiening en ondertekening van het aanvraagformulier een beëindigingovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
Beëindiging met wederzijds goedvinden
Een werkgever is onder omstandigheden verplicht te onderzoeken of
de wil van de werknemer daadwerkelijk op beëindiging is gericht. In
deze kwestie is de Hoge Raad van oordeel dat op de werkgever geen
nadere onderzoeksplicht rustte. Hoewel het aanbod van de werkgever
collectief was, houdt het indienen van het ondertekende
aanvraagformulier namelijk een duidelijke en ondubbelzinnige
verklaring in dat werknemer met het beëindigingaanbod instemt. Het
stond werknemer vrij om niet op het aanbod van werkgever in te gaan
door geen aanvraagformulier in te dienen. Bovendien is de
informatievoorziening van de kant van werkgever over de
consequenties van het indienen van een aanvraag adequaat geweest.
Het oordeel van de Hoge Raad was anders geweest als de verklaring
van de werknemer was beïnvloed. Bijvoorbeeld door een
conflictsituatie of door onkunde.
Hoge Raad, 1 april 2011, LJN: BP2311
Meer informatie: mr. Ginny Kessels, TeekensKarstens advocaten notarissen, kessels@tk.nl
Tip: Om te kunnen vaststellen of werknemer de beëindiging daadwerkelijk heeft gewild, moet u onder omstandigheden niet enkel op zijn verklaring afgaan, maar nader onderzoek verrichten door de werknemer nader te horen en hem te wijzen op de gevolgen van zijn verklaring.

