Afspiegelen op basis van de overeengekomen functies of op basis van de feitelijk ingevulde functies?
De werkgever, een bouwbedrijf, heeft de kantonrechter verzocht om in het kader van een reorganisatie de arbeidsovereenkomst met 124 werknemers te ontbinden. Twee werknemers voeren gemotiveerd verweer, op basis waarvan het verzoek tot ontbinding van hun arbeidsovereenkomsten door de kantonrechter wordt afgewezen. De twee werknemers blijven bij het bouwbedrijf in dienst.
Voor de eerste werknemer, stelt de werkgever dat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing is. De functie van de werknemer is volgens de werkgever die van ‘ploegbaas’, welke functie uniek is en niet uitwisselbaar is met andere functies. Volgens de werknemer vervult hij feitelijk deze functie al vier maanden niet meer. Vanwege een verschil van inzicht is in overleg namelijk besloten om hem tijdelijk over te plaatsen naar een andere afdeling waar hij werkzaamheden in de functie van bevoorrader verrichte.
Overeengekomen functie wordt niet bekleed
De kantonrechter oordeelt als volgt: voor de vaststelling van de
uitwisselbare functies heeft de werkgever gekozen voor de functies
en de werkzaamheden die de werknemers feitelijk vervullen op de
peildatum. Omdat de werknemer al vier maanden de functie van
bevoorrader vervulde, heeft de werkgever volgens de rechter ten
onrechte als uitgangspunt genomen dat de werknemer de
overeengekomen functie van ploegbaas bekleedt, ondanks dat de
werknemer nog zijn salaris als ploegbaas geniet en er nog geen
definitieve afspraken zijn gemaakt over een andere, vervangende
functie. Omdat de functie van bevoorrader op grond van het
afspiegelingsbeginsel niet voor verval in aanmerking komt, is het
verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen.
Onduidelijkheden over vervulling functie
Bij de tweede werknemer ging het ook om de vraag welke functie de
werknemer feitelijk vervulde. Volgens de werkgever is hij werkzaam
in de functie van ‘expeditie medewerker bonnen’. De werknemer
ontkent dit en stelt zelfs dat hij deze functie nooit heeft
uitgevoerd. Hij is feitelijk werkzaam in de functie van ‘hoofd
expeditie’ en neemt sinds enige tijd ook de taken van de functie
‘ploegbaas expeditie’ waar. De werkgever stelt vervolgens dat de
werknemer feitelijk heeft gewerkt als ‘administratief planner op de
afdeling Expeditie’, welke functie op basis van het
afspiegelingsbeginsel komt te vervallen.
De rechter oordeelt dat de werkgever weliswaar bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel de feitelijke functie als uitgangspunt heeft genomen, maar dat niet duidelijk is welke feitelijke functie de werknemer vervulde. Hierdoor is het voor de rechter niet mogelijk om vast te stellen of er juist is afgespiegeld en of de werknemer degene is van wie de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom afgewezen.
Rechtbank Leeuwarden, sector kanton, 24 januari 2011 (LJN: BP1565 en BP1559)
Tip: De uitwisselbare functies binnen een organisatie kunnen ofwel worden vastgesteld door de functies zoals deze met de werknemers zijn overeengekomen ofwel door de functies zoals deze daadwerkelijk door de werknemers worden ingevuld. Indien een organisatie bezig is met het vaststellen binnen welke uitwisselbare functies er afgespiegeld dient te worden, is het verstandig om vooraf een keuze te maken op welke wijze de uitwisselbare functies worden vastgesteld.
Auteur: mr. Ginny Kessels, TeekensKarstens advocaten notarissen

