FME-voorzitter Kamminga over heroverwegingen ‘Innovatie en toegepast onderzoek’: Investeren in groei is de pendant van bezuinigen
Zoetermeer, 1 april 2010 – “Er mag niet worden bezuinigd op het stimuleren van innovatie. Investeren in innovatie is geen kostenpost, maar draagt juist bij aan welvaart en welzijn. Daarom mag de politiek innovatie niet verwaarlozen en moet Nederland vasthouden aan de ambitie om tot de top 5 van de kenniseconomieën in de wereld te behoren. De analyse van het CPB bevestigt onze opvatting.” Het is de eerste reactie van FME-voorzitter Jan Kamminga op de vandaag verschenen rapportage van de heroverwegingswerkgroep ‘Innovatie en toegepast onderzoek’, waarin allerlei bezuinigingsopties op het innovatie-instrumentarium worden genoemd.
Kamminga: “Bezuinigingen zijn onontkoombaar, maar dan op consumptieve uitgaven. Investeren in groei is de pendant van bezuinigen. Op innovatie mag niet worden bezuinigd, daar moet juist méér in worden geïnvesteerd. Voor de economie is het belang van onderzoek en innovatie zeer groot.” Uit FME-onderzoek is gebleken dat gemiddeld 5,3 procent van de door de technologische industrie behaalde omzet wordt besteed aan R&D. Ook blijkt daaruit dat bedrijven in de technologische industrie de komende jaren nog meer gaan investeren in innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten. Maar deze investeringen komen onder druk te staan door de nu geopperde bezuinigingsvoorstellen.
Eerder deze week werd met de presentatie van de Kennisinvesteringsagenda gerapporteerd dat de Nederlandse investeringen in onderwijs en innovatie ver achterblijven bij die van andere kennislanden. “Die KIA-foto toont aan dat Nederland verder achterop raakt. De indicatoren voor innovatief ondernemerschap laten zien dat wij nog lang niet op koers liggen. Nederland geeft zichzelf wel een goed cijfer als het gaat om het creëren van kennis in internationaal verband, maar als het gaat om het daadwerkelijk gebruiken van deze ontwikkelde kennis, scoren we ver onder de maat. Deze middelmatigheid komt ons duur te staan. Dat baart mij grote zorgen”, aldus Kamminga.
FME pleit voor een consistent overheidsbeleid, met behoud van het evenwicht in generieke en specifieke stimuleringsregelingen. Kamminga: “De tijdelijke verruiming van de WBSO moet structureel worden gemaakt. Verder is het hoognodig dat de samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven wordt verbeterd. Daarom moet de tijdelijke kenniswerkersregeling worden omgezet in een structurele variant.”
